Ons zoontje is nu 9 maanden oud.  Tot nu toe heeft hij geen televisie mogen kijken en ook geen andere beeldschermactiviteiten mogen doen, omdat ik ooit eens had gelezen dat dit in de VS door kinderartsen wordt afgeraden tot de leeftijd van 2 jaar. Natuurlijk maken wij ook weleens een ‘selfie’ en komt er wel eens een laptop in de ooghoeken van ons zoontje voorbij, maar we proberen het contact met ‘beeldschermen’ zoveel mogelijk te vermijden. De vraag is of dit echt nodig is en wat nu eigenlijk de richtlijnen in Nederland zijn?

Om mij heen zie ik dat iedere ouder hier zoekende in is en op zijn eigen wijze invulling aan geeft. Persoonlijk ben ik een beetje huiverig voor de nadelen van het gebruik van een beeldscherm op jonge leeftijd. Een beeldscherm leidt immers al gauw tot passief kijkgedrag in plaats van dat het stimuleert tot spelen, bewegen en interactie met elkaar. Daarnaast lijkt het soms alsof je kunt ‘uitrusten’ voor een beeldscherm, maar je bent nog altijd prikkels aan het verwerken, hetgeen best wel vermoeiend kan zijn voor een jong brein. Kunnen kleine kinderen die prikkels allemaal wel verwerken? Of zorgen ze voor onrust in het kinderbrein? Misschien maak ik mij er teveel zorgen over, misschien zijn mijn zorgen terecht. Er is nog geen wetenschappelijk onderzoek gedaan wat mijn zorgen kan bevestigen of ontkrachten.

In Nederland krijgen ouders daarom nog geen officiële richtlijnen mee voor mediagebruik. Na wat research op het internet, kwam ik via www.mijnkindonline.nl een interessant rapport tegen wat gratis te downloaden is op www.appnootmuis.nl De belangrijkste punten voor mij hieruit zijn dat (jonge) kinderen fysieke interactie met hun omgeving en mensen om hen heen nodig hebben om te ontwikkelen. Fysieke beweging is nodig voor de ontwikkeling van kinderhersens. Een beeldscherm kan een zuigende werking op ons hebben, voor minder fysieke activiteit zorgen en het kind afleiden van andere indrukken en ervaringen.  Anderzijds leven we natuurlijk wel in een maatschappij waarbij iedereen veel gebruikt maakt van beeldschermpjes in de vorm van iPhones, iPads, laptops etc.  Als je kinderen al heel jong kennis laat maken met beeldschermmedia, is het volgens de experts van dit rapport belangrijk om dat bewust en gedoseerd te doen (tijd beperken, rustige, duidelijke programma’s kiezen en samen kijken) en het af te stemmen op de leeftijd en belangstelling van het kind. Zo wordt ook aangeraden om jonge kinderen te leren wat een muis is en wat je hiermee doet.

Wat ik persoonlijk verbazingwekkend vond om te lezen is dat van de peuters en kleuters maar liefst 78% al online is. Gemiddeld zo’n 22 minuten per dag, ongeveer evenveel tijd als de ‘voorleestijd’ van een boekje. Vijf procent van de kinderen was nog geen jaar oud toen zij online gingen en vooral kinderen van hoog opgeleide ouders blijken al vroeg gebruik te maken van digitale media. Wanneer kinderen naar groep 1 op de basisschool gaan, komen zij sowieso snel in aanraking met beeldschermmedia. Wanneer zij dan nog geen ervaring hebben met beeldschermmedia, zullen zij echter geen achterstand hebben. Dat schijnt wel te gelden voor kinderen die niet met gewone boekjes voorgelezen zijn. Er is niets dat echte boekjes kan vervangen. Prentenboeken en voorleesboekjes kunnen dus niet vervangen worden door iPads en apps en blijven dus van alle tijden, hetgeen mij weer een beetje gerust stelt. In het rapport staan nog veel meer aandachtspunten voor opvoeders, bijvoorbeeld ‘laat jonge kinderen niet in hun eentje ervaring opdoen met een computer, begeleiding is essentieel’ of ‘leer kinderen wat de belangrijkste kenmerken van een website zijn’. De experts geven aan dat opvoeders niet bang hoeven te zijn om deze ontwikkeling te stimuleren, dan wel gedoseerd en met beleid.  Het rapport is mijns inziens dan ook een ‘must’ om te lezen voor iedere ouder of opvoeder, zodat je zelf bewust kan kiezen voor hoe je met de mediaopvoeding van je kind wilt omgaan. Wie weet helpt deze blog jou daarbij een beetje op weg!

Frieda Boudesteijn.